Ik wil zwanger zijn

Voordracht Museumnacht 2013
MAURITS DE BRUIJN

Ik wil zwanger zijn

Ik wil zwanger zijn

De officiële twitter-account van Louis Vuitton schreef het gisteren nog bij hun nieuwste fashion film met David Bowie: Close Your Eyes And You Are There. Best raar om te zeggen over een filmpje, maar ik vond het mooi klinken. Zoals hier kerkgangers hun ogen sluiten en in vervoering worden gebracht, hoop ik jullie ook ergens te brengen.

Stel je voor dat je je in een kamer bevindt met witte muren waar vooral dingen ontbreken. Alleen het hoognodige lijkt er te zijn. De dingen die ervoor nodig zijn willen we het een kamer noemen. De vloer om op te lopen, om ons te dragen. Een vloer die afgeschermd wordt door muren. Er zijn geen verwarmingsbuizen, geen lichtschakelaars. Er is niets dat de ruimte legitimeert. Niets dat het een functie geeft.

Alleen de witte muren die het afbakenen, mogelijk maken om te kunnen zeggen: dit is de kamer en de rest van het gebouw valt erbuiten. Eén tl-buis aan het plafond, het zachtjes zoemen van die buis.

Stel je in deze kamer een kunstwerk voor dat je bijna niet kunt zien. Waar je camera geen foto van kan maken, waar zelfs je blote oog zich maar moeilijk op scherp kan stellen.

Stel je op een van de muren een trilling in de lucht voor. Een kleine afwijking in een verder gladde muur. Een interruptie die van de wand heel even de drager van een kunstwerk maakt, dan weer niet. Niet eens een echte vorm, eerder de suggestie van een vorm. Laten we zeggen dat de schaduw die het licht van de tl-buis op de vorm slaat duidelijker is dan de vorm zelf. Onder de plooiing van de muur hangt een donkere vlek waar je blik zich op richt.

Je probeert te kijken naar dat kunstwerk dat je hier verwacht. Zonder verwachting bestaat het niets niet. Met andere woorden, je moet iets verwachten om het niets te kunnen waarnemen. Misschien verwacht je het omdat iemand het je heeft gezegd. Of omdat je nou eenmaal in een museum bent en een museum een verzameling van vloeren en muren is die kunst herbergt. Dat is zijn functie.

Je staat in de vierkante ruimte, vier muren waarvan er een wordt onderbroken door een opening. Deze opening geldt als ingang maar je verwacht hem ook weer te gebruiken om naar buiten te gaan. Die opening, denk je, is duidelijker dan die vlek op de muur. De vlek die eenzaam onder de uitstulping zweeft.

Dit is het werk dat ik wilde maken. Dat in mijn hoofd rondging als een liedje dat je niet kunt loslaten. Dat telkens weer opnieuw in een zin werd geformuleerd en werd opgeschreven in een nieuwe Moleskine zonder ooit maar iets meer dan die zin te worden. Niet meer dan een zwangerschap zonder bevalling.

Dit kunstwerk bestaat al. Het bevindt zich in Museum de Pont in Tilburg. Anish Kapoor maakte het in 1992. Het heet When I am Pregnant. Nederlanders mogen Als ik zwanger ben zeggen. De titel dwingt de toeschouwer een rare zin uit te spreken 'Als ik zwanger ben' Alsof dat zwanger zijn iets is dat iedereen kan overkomen. Alsof je daar niet allereerst een vrouw voor hoeft te zijn. Alsof dat zwanger zijn niet alleen iets zegt over het zachte afgeronde pleisterwerk op de muur maar ook iets over het maken van en het kijken naar kunst. Zwanger binnen handbereik van iedereen die er zin in heeft, iedereen die het zich voor kan stellen. Want als dat zo is, doe ik hier vanavond een bekentenis.

Ik wil zwanger zijn.

Er staan twee sukkelige filmpjes op YouTube die proberen het werk vast te leggen. Ze falen. We zien een korrelige witte, maagdelijke muur, ergens op het midden een gepixelde schaduw. We horen hoe degene die de camera hanteert zwaar ademhaalt en we zien hoe het beeld schokt terwijl hij probeert om het werk heen te lopen. Pas als hij op niet meer dan een meter afstand van de muur staat en zijn camera kantelt zien we de bolling. Maar dan zijn we alweer afgeleid door de vele andere bezoekers en het felgroene bordje van de nooduitgang waar de camera zich nu ook op heeft gericht.

Er zijn veel redenen te noemen om iets niet te maken, een bekende reden om iets niet te maken is dat het idee al is uitgevoerd door een ander. Het moment waarop ik voor die sferische vorm stond en me realiseerde dat het Anish Kapoor gelukt was en dat niet alleen: zoveel beter was gelukt dan het mij lukken zou, greep ik naar mijn buik en voelde niets.

Sommigen die dit werk proberen te beschrijven hebben over de manier waarop de kunstenaar iets weet te vertellen over het beschilderde oppervlak en dus een commentaar op eeuwen schilderkunst wist te formuleren. Hoe de kunstenaar de taal van architectuur zo goed hanteert en een slimme grap weet te maken over de gemythologiseerde witte muur binnen de kunstwereld. Hoe hij tegelijkertijd speelt met het cliché van de kunstenaar die in verwachting is van zijn of haar kunstwerk. Kunst die je moet beleven wil je het kunnen begrijpen. De perfecte samensmelting van een sterk concept en een fysieke ervaring. Een kunstwerk dat alles behelst, werk zonder begin en zonder einde, een werk dat de perceptie van de toeschouwer volledig weet om te keren, een inversie van het voorwerp als kunst door niets meer dan een zwelling te zijn, kunst als afwezigheid, kunst als leegte. Een hedendaagse werk dat terug weet te grijpen op de eerste sculpturen ooit door de mens gemaakt in hoop zichzelf erin terug te zien, de menselijke vorm in materiaal om te zetten.

Het enige dat ik dacht is: Anish Kapoor is zwanger en ik niet.

De beste kunst is kunst die je bijna niet ziet. Kunst die aanwezig is en tegelijkertijd niet. Kunst die beweegt en nog in wording is het op het moment dat je het ziet. Voor altijd in verwachting van dat wat komen gaat.

Toen ik jong was had ik een hekel aan dingen die ik moeilijk vond. Voetballen of tegen de wind in fietsen, het uitspreken van het woord wesp zonder 'weps' te zeggen, het openen van de garagedeur, het poetsen van mijn tanden. Ik ging ze, vol overtuiging uit de weg. Voetbal werd tennis, ik zag een wesp voortaan aan voor een bij en de garagedeur sloot ik simpelweg niet meer in de hoop dat die voor altijd open zou blijven staan.

Als ik eerlijk ben, is deze eigenschap is vandaag nog steeds bij me. Weinig dingen vind ik zo moeilijk al iets met een muur doen. Er iets aan ophangen gaat nog. De muur verven, ja. Er iets tegenaan leunen, ok.

Er een perfect gladde zwangere buik uit laten verrijzen, nee. Het beeld bleef bij snel getekende lijntjes in mijn Moleskine. Een idee dat ik bijna als een bezwering opnieuw mijn hoofd moest krijgen, snel opschreef en daarmee wegwuifde.

Misschien is de onmogelijkheid van een werk juist datgene dat het je in je hart doet sluiten. Zoals een onmogelijke liefde de grootste is. En in zekere zin, zullen die nooit gemaakte werken je beste zijn. Ze zijn immers nooit in staat geweest te mislukken.

Eigenlijk zou ik willen dat al mijn werken er bijna niet waren. Tijdelijk en ongrijpbaar als muziek, onbestemd als iets dat je bijna niet ziet. Vloeibaar als een goede zin die je bedenkt en meteen weer vergeet.

Toen ik eenmaal wist dat de zwangere muur al van een ander was, troostte ik me met de gedachte dat de zin dan op zijn minst van mij kon zijn. Een zwangere muur, stond er voortaan geschreven in mijn boekjes. Zonder knullige tekening of gedachten over materiaal. Taal zou de nieuwe en definitieve materie van het werk zijn.

Nog iets later kwam ik erachter dat ook die zin het al tot kunstwerk had geschopt. Ik hoorde hoe The Weeknd over een perfect gedigitaliseerde hartslag op zijn debuutalbum zong Got the walls kicking like they six months pregnant.

Als je een werk niet maakt, zul je het overal tegenkomen. Grotesker en beter, in een net iets andere hoedanigheid, lulliger en net wat amateuristisch, al vraag je je af of dat misschien de charme van het ding is. Hoe dan ook ben je er van onder de indruk dat het een ander wel gelukt is gestalte te geven aan dat ene onvoltooide idee.

Ik heb eens gelezen dat er bepaalde monniken zijn die elkaar vragen of ze zwanger zijn. Als die vraag wordt gesteld informeren ze of de ander al een zekere religieuze staat heeft bereikt. Misschien is dat het. Moeten we elkaar af en toe vragen of we zwanger zijn. Of het een beetje wil lukken.

Dat kunstwerk dat ik nooit maakte, het is er. Het staat in een museum vol vloeren om op te lopen en muren om die vloeren af te bakenen. In een gebouw dat een verzameling kunst herbergt. Iets dat slechts een trilling in de lucht lijkt te veroorzaken, iets waarop je iPhone niet scherp kan stellen.

Dat werk waar ik niet toe kwam, staat ook op YouTube, perfect gezongen over een beat die nog het meest op een eenzame hartslag lijkt, zoals je die misschien zou kunnen horen in een kale ruimte waar je alleen, waar wat er niet is meer lijkt op te vallen dan wat er wel is.