Volkskrant Opinie

three essays
MAURITS DE BRUIJN

Volkskrant Opinie

three essays written for Dutch newspaper Volkskrant

Mensen in bevoorrechte posities doen alsof racisme niet bestaat

(verschenen 14/10/14)

Of het nu om de Zwarte Pieten-discussie gaat of om andere kwesties waarin discriminatie of uitsluiting een rol spelen, Nederlanders lijken zichzelf te zien als de uitzondering op de regel. Racisme, vooroordelen en achterhaalde tradities, ze bestaan overal, er is geen land dat eraan ontkomt. Maar keer op keer blijkt dat veel Nederlanders zichzelf zien als het braafste jongetje van de klas. Zo wist Jan de Visser ons te vertellen dat Zwarte Piet geen teken is van discriminatie, maar van emancipatie.

Bij ons is er niets aan de hand. Nee, in Nederland geen racisme en ongelijkheid. En wie zijn degenen die met die conclusie komen? Wie zijn de mensen die het debat vaak wensen te onderbreken met de boodschap dat er geen vuiltje aan de lucht is en dat iedereen die zich beledigd, gekwetst of achtergesteld voelt zich ongelofelijk aanstelt? Dat zijn voornamelijk blanke, heteroseksuele mannen die zich in een bevoorrechte positie bevinden.

Ik noem Henk Westbroek, Paul Hekkens, en ik voeg de naam van Jan de Visser aan dit illustere gezelschap toe. Want wat blijkt, De Visser geeft net als eerdergenoemde heren blijk van een totaal gebrek aan historisch besef en een enorm onvermogen zich te verplaatsen in de ander. Het advies van Jan de Visser aan 'ex-Surinamers' laat zich als volgt samenvatten: hoe meer je zult zeuren, hoe moeilijker het jullie gemaakt zal worden. Dus houd je vooral koest. Met het klagen over Zwarte Piet halen jullie je alleen maar meer problemen op de hals.

Het deed me denken aan het vingertje in de lucht dat ik eerder bij Westbroek en Hekkens heb gezien. Mannen die wel even zullen uitleggen hoe de zaak werkelijk in elkaar steekt.

Monddood gemaakt

Neem wat afstand van je eigen bubble en zorg ervoor dat je beter geïnformeerd raakt over de sociale ongelijkheid die er in de wereld bestaat

Het is niet verwonderlijk dat het debat telkens wordt onderbroken door mannen die een beetje op elkaar lijken. Veel andere Nederlanders weten namelijk wel hoe het is om op grond van geslacht, seksuele voorkeur, huidskleur of religie te worden weggezet, monddood gemaakt te worden, of door een stel pubers te worden uitgelachen in de supermarkt.

De enige mensen die dingen op papier kunnen krijgen als 'genderverschillen vallen weg, kleurverschillen vallen weg, verschillen in seksuele geaardheid vallen weg' of 'het maakt niet uit of je katholiek, aanbidder van de Heilige van Myra bent of protestants', zijn de mensen die zoveel privileges genieten dat ze veronderstellen dat iedereen er toegang tot heeft. Ze leven zo ver buiten de realiteit dat ik ze zou willen adviseren niet alleen de vaderlandse, maar de hele wereldgeschiedenis nog eens onder de loep te nemen. Neem wat afstand van je eigen bubble en zorg ervoor dat je beter geïnformeerd raakt over de sociale ongelijkheid die er in de wereld bestaat.

Misschien dat je dan mensen als Scott Woods zult tegenkomen, die schrijft: 'Racisme is een complex systeem van sociale en politieke hefbomen en katrollen die generaties terug zijn opgebouwd en in werking blijven namens blanke mensen, ten koste van anderen. Racisme is een verraderlijke sociale ziekte. Zo verraderlijk dat het niet uitmaakt of je een blank iemand bent die het beste voorheeft met zwarte mensen; het zal hoe dan ook een weg vinden om je te infecteren en het zal de manier waarop je met mensen omgaat die niet op jou lijken beïnvloeden.'

Ook onwetendheid is een manifestatie van racisme. Visser schrijft: 'Nederland heeft een zeer bedenkelijke en verwerpelijke geschiedenis op het gebied van slavenhandel en overzeese slavernij, daarover geen misverstand. Maar in Nederland zelf is deze vorm van slavernij nooit zo krachtig aanwezig geweest dat we er nu weerstand tegen moeten bieden.' In dit citaat komen de misvattingen van de heer de Visser echt tot bloei. De manier waarop hij ons nationale verleden wenst te bezien is totaal losgezongen van een historisch besef. Hij kan zo ontwetend zijn, omdat hij zich dat kan veroorloven. Omdat hij niet hoeft na te denken over wat het betekent om tot een minderheid te behoren, omdat hij zolang hij leeft nooit op een dergelijke manier geconfronteerd zal worden met uitsluiting of onrechtvaardigheid.

Met welke variant op onze vaderlandse geschiedenis mensen ook komen, er moet te allen tijden weerstand geboden worden tegen racisme. Ook in 2014, ook in Nederland. Als we dat niet doen, blijft iedereen geïnfecteerd. Racisme en voortdurende ongelijkheid behoren tot een sociaal systeem waarin we allemaal leven en we moeten er zoveel mogelijk aan doen het uit te bannen, juist als we zelf geen last van de gevolgen hebben.

------------------------------------------------------------------------------------

Knuffelhomo of zelfhatende nicht

(verschenen 16/05/13)

Bret Easton Ellis (schrijver van o.a. American Psycho) schreef een 3500 woorden tellend essay getiteld 'In the reign of the gay magical elves' waarin hij afrekent met de betutteling waarmee de coming-out van basketballer Jason Collins wat hem betreft werd omgeven. Ellis wordt op zijn beurt een zure nicht genoemd die zijn eigen seksualiteit waarschijnlijk niet accepteert en GLAAD (Gay & Lesbian Alliance Against Defamation) trok Ellis' uitnodiging voor hun jaarlijkse ceremonie in.

Ellis tweet dat het een lieve lust is en post dingen als 'Glee (Amerikaanse tv-serie voor jongeren met homoseksuele karakters) kijken is als in een plas met HIV stappen.' Ter verdediging roept de schrijver dat hij op die manier de ziekte van een moraliserend stigma wil ontdoen en daarom zwarte humor inzet. GLAAD zet zich, zoals de naam doet vermoeden, in tegen laster jegens homoseksuelen. Dat de foute tweets uit de pen van een homoseksuele schrijver komen, maakt de tweets niet minder smakeloos. Het staat de stichting vrij om zich af te zetten tegen deze uitlatingen.

Films en tv-series waarin homoseksuele karakters voorkomen lijken te kiezen tussen twee kwaden: het zuurstokroze homo-elfje waar je mee kunt lachen en shoppen of de zelfingenomen, destructieve flikker die darkrooms frequenteert en vaker dan soms zijn neus in wit poeder steekt. Ellis stelt dat de homo-elven regeren en dat de homo zich alleen in de lens van de media weet te spelen als ze supersuccesvol en niet te seksueel zijn.

Natuurlijk zijn echte mensen minder extreem en mislukter dan de media ons willen doen geloven en is er weinig plek voor nuance. Noem een minderheid die in de media een genuanceerd imago heeft. Ze tonen nauwelijks gewone mensen, gewone Marokkanen of gewone voetbalfans. Dikke mannen in Amerikaanse televisieserie's eten aan een stuk door kip uit een emmer en oude vrijsters lopen de godganse dag rond in een peignoir. Die platheid hoort bij televisie.

De indie-film Weekend wordt door Ellis aangehaald als een eerlijke representatie van het leven van homomannen. Ik vond het een goede en inderdaad waarachtige film maar ik ben geen homo die ieder weekend in mijn onderbroek coke van mijn koffietafel te snuiven met een wildvreemde man. In het weekend doe ik boodschappen en drink ik koffie met mijn vrienden, maar dat maakt lang niet zo'n interessante film.

Het bevreemdt me dat een schrijver van fictie zich zo verzet tegen de verhalen die worden verteld. Ellis zou als geen ander moeten weten wat beklijft, wat mensen fascineert en dat dat lang niet altijd dichtbij de realiteit hoeft te staan.

Niet elke heteroseksuele man zal zich kunnen identificeren met de vrouwelijke trekjes van David Beckham of de macho Berlusconi. De meeste vrouwen lijken niet op Beyoncé, noch op Anouk. De werkelijkheid is gelukkig wat genuanceerder.

Ja, Jason Collins werd een week lang overladen met sterrenstof. Ja, de homo's in televisieseries zijn vaak opgewekter en zoeter dan de meeste van mijn vrienden. Maar emancipatie gaat met kleine stapjes. Homokussen worden inmiddels in Amerika op prime-time televisie getoond en een afro-Amerikaanse basketballer wordt weliswaar betuttelend geportretteerd maar hij is er. Als eerste. En hij krijgt een cover van Sports Illustrated, doorgaans een plek voor stoere baseballers en wulpse sportbabes. Het is nog maar een begin, zoals Collins zelf zegt: 'I'm happy to start the conversation.' Dat begin van een gesprek meteen de kop in te drukken door te stellen dat de smaak homo waar jij je mee identificeert in de media te weinig aandacht krijgt is inderdaad zuur en kortzichtig. We moeten stilstaan bij deze historische gebeurtenis en de berichtgeving die ermee gepaard gaat moet een reactie oproepen zodat we het niet snel vergeten.

HBO komt volgend jaar met een nieuwe serie die draait om de drie levens van homoseksuele dertigers in San Fransisco. Laat me raden. Er is één vrolijke, ietwat aanstellerige shop-aholic, één egocentrische, succesvolle zakenman en één ... Ja, wat is die derde? Misschien komt daar dan eindelijk de genuanceerde homo die zijn ontzettend gewone homoleven wil leven en geen zin heeft om mee te marcheren in parades of te applaudisseren voor atleten die uit de kast komen. Misschien komen we dan eindelijk tot het omarmen van 'the common gay' zoals Ellis die noemt.

Ik ken een goede plek voor nuance: de literatuur. In zijn boeken kan Bret Easton Ellis elk soort homoseksueel karakter opvoeren dat hij wil. Geef het goede voorbeeld. Ik zou Ellis willen vragen geen rare hiv-grapjes te tweeten, al bezigen zijn seropositieve vrienden ze nog zo vaak. Laat hem zijn frustratie in zijn werk stoppen, in zijn boeken. Als hij maar genoeg romans schrijft met geloofwaardige homoseksuele karakters op de manier waarop hij ze ziet komt er misschien verandering.

Bret heeft trouwens net getweet dat The Great Gatsby zo'n afgrijselijke film is. Wat een zure nicht is het toch eigenlijk.

------------------------------------------------------------------------------------

Mijn herdenking

(verschenen 04/05/13)

Iedere Koninginnedag laait de discussie over het belang en behoud van de monarchie weer op. De discussie omtrent de Nationale Herdenking lijkt op eenzelfde lot af te stevenen. Hans Vuijsje, directeur van Stichting Joods Maatschappelijk Werk loste het startschot en schreef in de Volkskrant dat de Nationale Herdenking weer terug zou moet naar de oorsprong en haalde tegelijk de verruwing in de samenleving aan en de vermindering van de aandacht voor de Jodenvervolging tijdens de oorlog.

Ik ben een Joodse Nederlander van achtentwintig jaar. Mijn relatie tot de Twee Wereldoorlog laat ik in dit stuk buiten beschouwing. Die zou, juist in deze discussie, niet mee moeten spelen, zoals het tijdens een herdenking niet ter zake zou moeten doen. Voor leedvergelijking zou tijdens deze bijeenkomsten geen plaats moeten zijn. In plaats daarvan zouden we op zoek moeten gaan naar wederzijdse herkenning en verbroedering.

Als jong kind stond ik met een bos rood, wit, blauwe bloemen in mijn kleine handen nerveus te wachten bij het plaatselijke monument tot ik de bos mocht leggen. Ik was bang dat iemand mij plotseling zou vragen wat doe je hier? Zelf vond ik het een nogal raar gezicht: Een kleine jongen met een groot boeket, netjes aangekleed zoals jongetjes van onder de tien zich netjes aankleden, die achter een handvol witharige mannen in uniform stond te wachten op zijn beurt.

Meneer Vuijsje schrijft in zijn betoog over de oorsprong van de herdenking. Over die oorsprong, die tussen 1940 en 1945 plaatsvond, wordt gepraat op basisscholen en middelbare scholen. Over die oorspong kan men leren in verschillende Nederlandse musea. Die oorsprong draagt elke Jood en elke niet-Jood met zich mee en is niet in gevaar. Die oorsprong valt niet in een ceremonie te vatten.

Laat de herdenking met zijn tijd meegaan. Wees je als prominent lid van de Joodse gemeenschap bewust de veranderende tijdsgeest. Geschiedschrijving vervormt door de jaren heen, het verhaal dat op de scholen wordt verteld zal niet hetzelfde blijven en over vijftig jaar kijken we niet hetzelfde tegen de Tweede Wereldoorlog aan als nu. Je kunt de geschiedenis niet onder een stolp zetten en ervoor zorgen dat de tijd er geen vat op krijgt. Het lijkt me verstandiger die veranderende tijdsgeest te ontrafelen en te bekijken wat er voor nodig is om alle inwoners van dit land bij de Nationale Herdenking te blijven betrekken.

Terecht noemt Vuijsje in zijn betoog dat de generatie die de oorlog heeft meegemaakt langzaam verdwijnt. Te meer reden om op zoek te gaan naar manieren om de Nationale Herdenking relevant te laten blijven voor alle Nederlanders. Het draagvlak voor de herdenking moet in stand gehouden worden en niemand mag zich buitengesloten voelen van deze ceremonie.

Tijdens die kleine herdenkingen in mijn geboortedorp heeft nooit iemand mij gevraagd wat doe je hier? of waar denk je aan? Mijn bos bloemen was opgemaakt uit de nationale driekleur en liet zich niet makkelijk duiden. Als kind van nog geen tien jaar oud dacht ik aan oorlog: de oorlog die ik op tv had gezien, de honger en de pijn, de wonden die ik op het journaal zag. Oorlogen overal dus. De hutu's en de tutsi's en Bosniërs en Serviërs. Waarschijnlijk hebben de verhalen van oorlogen ver weg ervoor gezorgd dat ik iets begreep van het leed dat ik en de witharige mannen stonden te gedenken.

Het thema dat Comité 4 en 5 mei dit jaar uitkoos is 'Vrijheid spreken we af.' Wat mij betreft staat die vrijheid voor de ruimte te herdenken wat men wil gedenken tijdens die twee minuten. Laten we niemand buitensluiten, laten we als Joden tussen andere Nederlanders blijven staan zodat we op hun begrip kunnen blijven rekenen. Laten we ervoor proberen te zorgen dat mensen zich blijven herkennen in dat wat wordt herdacht en laat er ruimte bestaan voor een meer hedendaagse invulling van de herdenking.

Het algemene karakter van de herdenking dat kwetsend zou zijn voor de Joodse Nederlanders noem ik liever het verbindende karakter en is nodig om de herdenking relevant te houden en van deze tijd te laten zijn. De waarde van de Dodenherdenking neemt niet af vanwege verbreding maar zal in Nederlanders blijven resoneren als omgekomen soldaten in Uruzgan of andere oorlogsslachtoffers herdacht mogen worden. Zoals ik uit persoonlijke ervaring weet verwatert leed niet maar moet je naar manieren op zoek om het te kunnen delen. Om iemand anders in de ogen te kunnen kijken en je niet langer alleen te voelen. Door niet te zeggen dit leed is alleen van mij maar dit leed lijkt op dat van jou. Alleen zo zal het leed van Nederlandse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog een verhaal blijven dat wordt verteld en op een begripvolle toehoorder kan rekenen.