James Turrell - Meeting (1986)

Reading
MAURITS DE BRUIJN

James Turrell - Meeting (1986)

Het is een kamer waar je dronken binnenkomt. De anderen kijken je schaapachtig aan, beduusd. Je vraagt je af of ze naar jou kijken. Je hebt de deurklink nog vast, draait je om, om de deur te sluiten en kijkt of er misschien iets mee is. De deur is zoals alle andere in dit huis. Je vraagt je af hoe je gezicht eruit ziet. Het zijn de glazige hoofden van de anderen die je dat doen afvragen. Je gaat op de rand van het bed zitten, de rand van het bed is groot. Wanneer je een ander in je opneemt, is het alsof je in de spiegel kijkt. Dan zie je, het is het licht.

Het is het licht dat die gezichten glazig en schaapachtig doet lijken, beduusd. De anderen zijn ook dronken en we zitten met z'n allen op de rand van het bed. Thuisgekomen bedenken we ons dat we niets hebben gedaan, dat we niets hebben om trots op te zijn. Tijdens gesprekken die aan cafétafels plaatsvonden, klonken we slim, op de hoogte. Nu, terwijl de gezamenlijke kater ons besluipt vertelt die ons dat het niet slim was, niet gevat. Dat ons gedrag onhandig en aanstellerig was.

Je hebt er een zintuig bij gekregen zonder te weten welke. Je legt je klamme handen op schoot. Neemt een slok water, spuugt het uit op de vloer. Het vocht wil niet in het tapijt trekken, maar blijft er als dauw opliggen. Je neemt nog een slok, houdt deze binnen en bedenkt je hoe de dauw zich in je lichaam nestelt. Je zou willen dat je je kon ontdoen van de drank maar beseft dat het te laat is. Dat ontnuchteren nu wel heel ambitieus zou zijn.

Dan realiseer je je dat de kamer dronken is. Dat het bed waarop je zit maar doet alsof het een bed is. Deze kamer is de enige die wakker is in een loom, slapend huis. En je bedenkt je dat je het niet kunt winnen van een kamer. Dat je je als mens moet overgeven aan de ruimte waarin je je bevindt. De kleren die je draagt stinken naar rook. De dingen die je vanavond hebt verkondigd scheren langs je hoofd, het lijkt een goed moment conclusies te trekken. Je bent te dominant. De spijkerbroek moet in de was. Het is arrogant om medelijden te hebben met anderen.

Je wilt een tosti maken. Je staat op en je vraagt de anderen op de bedrand of ze trek hebben. Met ham of zonder. De vrouw naast je glimlacht. Haar gezicht is bezweet. Je vraagt haar naar haar lievelingsdrankje. Bailey's, zegt ze. Ze wil een tosti zonder ham. Op haar wang plakken glitters. De man naast haar kijkt je aan alsof hij nog nooit van tosti's heeft gehoord. Hij is totaal van de kaart. Het maakt dat je hem vast wil pakken. Hij houdt vast aan zijn canvas tasje als je zijn iele lijf omarmt. Voor hem geen tosti dus. Een vrouw komt naar je toe. Ze fluistert. Haar enorme borsten raken jouw borst. Zou je er voor mij ééntje met geitenkaas kunnen maken? Koeienkaas verteert zo slecht. Je gaat je best voor haar doen.

Je loopt de gang in en die stelt je gerust. Hier is alles zoals je het kent, zonder dronken genootschap. Je vindt het trappenhuis met graffiti en dan de keuken. Het tosti ijzer is opengeklapt, je propt het vol met bevroren casino wit. Alles gaat heel snel, alsof je geen tijd hebt voor huishoudelijke handelingen, je leven daar te groots voor is.

Terug in de kamer rennen de dronkenlappen als hongerige wolven op je af. Hun klauwen grijpen naar de geroosterde vierkante boterhammen met kaas of met kaas en ham. De lucht is beslagen. Weer die dauw. Het happen in geroosterd brood maakt herrie.

Het is als die keer toen je op een kinderfeestje De Kleine Zeemeermin keek en iedereen met natte haren op de bank patat at. Toen kon je dingen nog voor het eerst zien. Nu blijkt alles een herhaling van een herhaling te zijn, maar toen je acht was en je ogen prikten van het chloor van het zwembad en je Ariel vol verlangen naar het wateroppervlakte zag zwemmen was dat eerstehands.

Je krijgt vaak niet eens één kans om de dingen voor het eerst te zien. Maar nu vandaag, op de enorme bedrand, kijk je weer naar de Kleine Zeemeermin en weet je dat jullie allemaal hetzelfde voelen. Dat de verbazing en bewondering niet alleen van jou is maar collectief. Al je dronken vrienden zijn uitgegeten en ineens kijkt iedereen omhoog, naar de lucht. Ze doen Ariel na en jij doet hetzelfde.

Je hebt wel zin in seks met iemand, dat effect heeft drank op je. Je hoeft maar iemand uit te kiezen, een andere deur open te trekken en je kunt alle seks hebben die je wilt. Je kijkt om je heen en ziet de onschuld op de gezichten die iedereen op kinderen doet lijken. Het is geen goede avond voor seks, bedenk je je. Alleen voor verlangen.

Dat wat hier gebeurt, wordt een geheim. Eén dat je zal delen met de dronken, onschuldige kinderen. Het oranje licht schijnt nog steeds over hun gezichten. We weten niet hoe laat het is, het kinderfeestje lijkt eindeloos. De kater zwelt aan, je hoopt dat die mee zal vallen.

Sommige dronkaards staan op en verlaten de bedrand, de kamer, lopen een slapende wereld tegemoet. Ze trekken hun schoenen aan, stoten hun schouders tegen de deurpost. Ze doen je denken aan je vader, als hij na een lang en vastberaden verhaal wegloopt van tafel. Hoe hij dan een weg probeert te vinden naar de slaapkamer.

Je zult je nooit kunnen herinneren wanneer je de lucht voor het eerst zag. Toch probeer je het. Je voelt een rilling over je onderarmen en begint je af te vragen of je binnen of buiten bent. Dat zintuig dat je erbij hebt gekregen dringt zich weer aan je op. Je kunt ergens bij.

Een avond met: Eugénie Brands (met werk van Eugène Brands), Maurits de Bruijn, Evelyn Austin (met werk van Michel Foucault), Scott Joseph, Miek Zwamborn, Ton Zwerver.

De enige kunstbeschouwing die bestaansrecht heeft is de kunstbeschouwing die zelf kunst wordt. Dit is het provocatieve uitgangspunt van het programma ‘Voorbij de beeldende kunst’. Er zijn door de geschiedenis heen talloze teksten geschreven waarin een (bestaand) beeldend kunstwerk wordt beschouwd. Een van de bekendste literaire voorbeelden is Homerus’ beschrijving van het schild van Achilles; we kunnen wel stellen dat het beeld van het schild door Homerus is bepaald. Wanneer wordt zo’n beschrijving een kunstwerk op zichzelf? Perdu en Kunstlicht - tijdschrift voor beeldende kunst, beeldcultuur en architectuur – gaan te rade bij verschillende schrijvers, dichters en denkers om de scheppende kracht van de kunstbeschouwing bloot te leggen.

Het nieuwe nummer van Kunstlicht ‘Ut Pictura Poesis’ verschijnt tevens op 26 oktober.