Het geheugen van baby's

Artikel
MAURITS DE BRUIJN

Het geheugen van baby's

-voor Stichting Sobibor schreef ik een stuk over mijn moeder-

Mijn moeder praat graag. Haar verhalen zijn onsamenhangend en worden vaak verteld in de auto. Ze kan ontzettend goed rijden, zo zegt ze zelf. Veilig, zegt ze. Haar handen met pigmentvlekken, stukjes huid die gebleekt lijken, liggen op het stuur. Ik ruik een echo van sigarettenlucht. Haar tas ligt open en uitgeput naast mijn voeten en geeft een rest parfum af dat mijn moeder niet meer hoeft op te spuiten. Het heeft zich al vermengd met haar huid, haar lichaamsgeur, haar kleding en deze auto met zijn sigarettenlucht. Bij niemand ruikt het als hier. Mijn moeder is een kleine vrouw in een grote, oranje auto en praat met een diepe stem. Ze vertelt verhalen die van mij een schrijver hebben gemaakt.

Ze vertelt over haar vrienden. Over wie er ziek is en wie gaat scheiden. Wie er op vakantie gaat en een nieuwe camper heeft gekocht. Wie er dood is. Welke film er gisteren op tv was en dat ze die niet heeft uitgekeken maar halverwege naar bed ging. Waar ze haar nieuwe kleren heeft gekocht en wat de verkoopmedewerker erbij zei. Hoe moeilijk het was iets te vinden dat bij die mooie broek paste. Dan vertelt mijn moeder hoe goed ze kon verkopen toen ze nog werkte. Bijna net zo goed als ze kan autorijden. Er zijn verhalen over haar kleinkinderen, over de patat die ze gisteren heeft gehaald. Over het huis waarin ze opgroeide, over tosti's. Over de uitslag van haar laatste bridgewedstrijd, de buurjongen die altijd langskomt.

Als ik in de auto naar mijn jeugd vraag krijg ik meestal geen antwoord. In het hoofd van mijn moeder hebben de verhalen van mij zich vermengd met die van mijn drie broers zoals de geuren in de auto zijn samengesmolten en niet meer te ontwarren zijn. Dan zegt ze dat we alle vier ontzettend zoet waren en nooit huilden. Goed sliepen en niet zeurden. Weleens brutaal waren maar dat ze dat juist waardeerde. Met brave kinderen heeft mijn moeder niets. Over brave kinderen valt niets te vertellen.

De herinneringen van baby's blijven niet hangen, ze vervliegen terwijl we heel klein zijn. In het langetermijngeheugen kan in onze eerste levensjaren nog niet geschreven worden. We zijn afhankelijk van verhalen en van foto's. Van albums waarin op de eerste bladzijde ons geboortegewicht staat geschreven.

In het huis van mijn ouders zijn geen albums, de foto's liggen los in laden. Weekendjes aan de Belgische kust in de jaren '90 zijn geschud met het gezicht van mijn broer onder een laag schmink op de kleuterschool. De foto van de felgroene jurk die mijn moeder op haar vijftigste verjaardag droeg ligt bovenop het beeld van de hond die wanhopig hijgend op het grasveld aan de rand van het dorp rent. Herinneringen en verhalen hebben zich met elkaar vermengd en zijn warriger dan de meest associatieve vertellingen. Ik moet mijn best doen om de juiste verhalen boven te krijgen en diep in de lade graaien om een foto te vinden die logisch kan volgen op die ene die ik al in mijn hand houd.

In het huis waar ik ben opgegroeid is een foto van mijn grootouders. Soms vind ik ze op de overloop, tussen een stapel boeken, of achter een vaas. Ze hebben dezelfde zuinige lach op hun gezichten. Ik weet niet of die lach plichtmatig is of dat mijn opa net iets grappigs zei. Misschien waren ze zenuwachtig. Het smalle gezicht van mijn grootvader doet me aan het mijne denken. Zijn hoge haargrens zal binnenkort de mijne worden. Hij had een groot voorhoofd en zijn gezicht verraadt iets van klasse. Hun schouders raken elkaar licht aan. Mijn grootmoeder lijkt boerser, ze lijkt stevig maar dat kan ik niet zeker weten. Mijn bolle, altijd slaperige ogen zijn van haar. Ze draagt een witte blouse met een enorme kraag en een ovale bril die haar te groot is. Haar haren zijn gekruld. Meer is er niet.

Er is niets. Ook geen verhaal dat wordt onderdrukt. Dat niet mag worden verteld. Geen groot geheim. Er is het doorvertelde verhaal van twee jonge ouders die hun jongste dochter wilde redden en met de twee oudste meisjes werden weggevoerd. Een verhaal dat is gestript van details. Een verhaal dat een hiaat kent en weer verder gaat bij een baby die van de ene naar de andere plek werd versleept. Een baby die als enige overleefde en opgroeide tot een moedige en mooie vrouw die tussen haar gevlekte vingers sigaretten in de auto rookt. Een baby die overal doorheen lijkt te zijn geglipt en als een foto is terechtgekomen in een lade waar ze niet lijkt thuis te horen. De tijd is door elkaar geschud en van sommige mensen en momenten is niets over.

Er is geen foto van mijn opa aan de Belgische kust van de jaren '90. Geen herinnering aan de jurk van mijn oma toen mijn moeder vijftig werd. Geen babyverhalen over mijn moeder van haar moeder, haar verhalen zouden nooit verklonken raken met die van haar zusjes. Het zou nooit lastig worden te onthouden wie van hen lief was en wie ondeugend.

Er is het niets, een gat. Een familie die vergeten is. Geen fotoboeken, zelfs geen deel van een lade. Er is een foto van twee zuinig lachende mensen die is terechtgekomen tussen foto's van een nieuw en ander leven. Een leven van een vrouw die sommige dingen is vergeten en over wat ze nog wel weet verhalen vertelt.